Weblog

& Nieuws

Vier jaar geleden verscheen mijn boek Hyperhidrosis, een positief boek over overmatig zweten.

Thijs van de website www.overmatigzweten.nl, het Onafhankelijk Nederlands Hyperhidrosis Forum, ging om die reden met mij in gesprek... Het onderstaande interview (1 april 2017) is afkomstig van de voornoemde website:

‘Hyperhidrosis uit de taboesfeer, dát is wat telt!’

Het is alweer bijna drie jaar geleden dat het boek 'Hyperhidrosis, een positief boek over overmatig' zweten van Marja Boedart is verschenen. Thijs van de website overmatigzweten.nl kijkt samen met de auteur terug én vooruit.

Na het verschijnen van je boek in september 2014, was er veel media-aandacht. Hoe kijk je daarop terug? En hoe zit het nu met die aandacht?

“Inderdaad heeft mijn boek buitengewoon veel (landelijke) media-aandacht gegenereerd. Dat is natuurlijk fantastisch, want ik wilde met dit boek hyperhidrosis uit de taboesfeer halen. En dat is gelukt! Overigens is het niet mijn, maar óns boek. Want maar liefst 26 lotgenoten hebben er een bijdrage aan verleend.

Bijna drie jaar later is die media-aandacht voor het boek natuurlijk verslapt. Maar dat wil niet zeggen dat daarmee het ‘hyperhidrosis-probleem’ is verdwenen. Was dat maar waar! Gelukkig lees ik geregeld artikelen over actuele ontwikkelingen met betrekking tot de aandoening. Ook is er natuurlijk de website www.overmatigzweten.nl waar mensen altijd terecht kunnen voor (actuele) informatie, advies en steun van lotgenoten.”

Hoeveel tijd heeft het schrijven van het boek in beslag genomen?
“Aan het boek heb ik circa 16 maanden gewerkt. Inclusief het voortraject (idee, opzet en de zoektocht naar lotgenoten), de uitgeefprocedure en alle interviews die plaatsvonden in het gehele land.”

Was het door het taboe dat op hyperhidrosis rust, moeilijk om ‘patiënten’ te vinden die je voor je boek hebt geïnterviewd?

“Eigenlijk niet. En dat is best bijzonder, want mensen die aan hyperhidrosis lijden schamen zich in de meeste gevallen vreselijk. Een oproep via sociale media gaat dus niet werken. Maar ik ben gelukkig ondersteund door drie gerenommeerde artsen in Nederland, die een bijdrage wilden leveren aan mijn boek. Veel patiënten van deze artsen wilden graag worden geïnterviewd voor ‘het goede doel’: de onbekendheid in de samenleving over dit probleem en het taboe rondom hyperhidrosis doorbreken. Ook via mijn huisarts meldde een lotgenoot zich aan. Ten slotte heeft een aantal mensen zich aangemeld via de website www.overmatigzweten.nl.

Dat de schaamte onder de deelnemers groot is, blijkt: de 26 lotgenoten heb ik anoniem geïnterviewd.”

Hoeveel exemplaren van het boek zijn er verkocht?

“Het is geen bestseller, hoor. Maar het aantal verkochte boeken vind ik ook niet relevant. Van belang vind ik wel dat ik met het boek de aandoening uit de taboesfeer heb kunnen halen dankzij de enorme landelijke media-aandacht. Dát is wat telt.”

Je bent zélf een voormalige ‘overmatig zweter’ aan de handen. Wat adviseer je mensen die hier ook last van hebben?

“Wanneer je hyperhidrosis écht ervaart als zeer ernstig en de aandoening een forse handicap is in je dagelijkse, sociale leven, wees je er dan van bewust dat er nu effectieve medische oplossingen zijn. Zelf heb ik met dit probleem maar liefst 45 jaar moeten dealen omdat er destijds geen oplossing voorhanden was. Maar dat hoeft gelukkig niet meer. Dus verdiep je in dit onderwerp en overleg met je huisarts wat voor jou de béste oplossing is.”

Verschijnt er nog een nieuw boek van jouw hand? Zo ja, gaat het boek dan ook over hyperhidrosis?

“Ik hoop dat ik ooit een tweede boek ga schrijven, ja. Maar dan wel in een ander genre hoor. Geen non-fictie, maar fictie!”

Heb je nog contact met lotgenoten uit je boek en weet je hoe het nu met hen gaat?

“Eigenlijk heb ik nog maar contact met een handjevol lotgenoten. En met deze mensen gaat het na hun gekozen oplossing gelukkig nog steeds goed! Het is een klein aantal, maar éigenlijk is dat een goed teken. Want de meeste lotgenoten waren door hun gekozen medische oplossing effectief geholpen aan hyperhidrosis. Dat betekent wellicht dat de meeste mensen hun voormalige medische probleem snel waren vergeten of er niet meer aan wílden denken en gewoon verder zijn gegaan met hun leven. Als je altijd kletsnatte handen of klotsende oksels hebt, ben je daar doorgaans bijna 24 uur per dag (nou ja, behalve als je slaapt) in je hoofd mee bezig. Na een effectieve oplossing hoeft dat niet meer. Ongelooflijk hè?”

Wat zou je willen zeggen tegen mensen die nu nog in stilte lijden aan hyperhidrosis?

“Alsjeblieft, stop ermee! Want er zijn tegenwoordig prachtige, succesvolle medische oplossingen voor deze lastige aandoening. Zelf heb ik in 2013 gekozen voor de vernieuwde ETS-kijkoperatie. Daarmee was ik voorgoed zweter-aan-de-handen af. Tot op heden ben ik daar nog steeds supergelukkig mee.”

 

Een boek uitgeven? 7 tips!

Ook een boek schrijven? Je bent niet de enige! Zélf schrijven en uitgeven van een boek is enorm populair. Ook bij ondernemers en zzp’ers. En iedere auteur heeft zijn eigen doelstelling. Ik ook. Met mijn eerste non-fictie boek (verschenen 09/2014) wilde ik een (medisch) taboe doorbreken. En dat is wegens de enorme (landelijke) media-aandacht gelukt. Schrijf jij ook succesvol je boek? 7 tips.

Tip 1 – Bepaal helder je doelstelling

Beschouw het schrijven van een non-fictie (business)boek vooral niet als een hobby. Het boek moet je doelstellingen als professional of ondernemer dienen en/of bij jouw personal brand passen. Bovendien moet het lezenswaardig en origineel zijn. En voorzien in een lezersbehoefte. Waarmee onderscheidt jouw onderwerp/invalshoek zich? Een lezer (bijv. een potentiële klant of patiënt) moet dankzij je boek wél overtuigd raken van jouw expertise (of anderen die een bijdrage verlenen aan je boek).

[Het onderwerp van mijn boek is ‘hyperhidrosis’, ofwel overmatig zweten van handen en oksels. Over dit onderwerp was nagenoeg niets bekend en geschreven. Met mijn boek wilde ik onder meer dit taboe doorbreken en bespreekbaar maken. Ook komen actuele medische oplossingen aan de orde.]

Tip 2 – Schrijf je boek niet alléén

Heb je je doelstelling bepaald? Dan ga je bekijken wat je hiervoor nodig hebt. Gaat het boek alleen over bijvoorbeeld jouw ervaringen of komen er ook andere mensen aan het woord? Er is natuurlijk niks mis mee als je in geval van non-fictie je eigen ervaringen opschrijft. Maar doordat je andere (ervarings)deskundigen erbij betrekt en aan het woord laat, worden de invalshoeken breder. Het zorgt ook voor de nodige ‘sparring’ en ruggensteun.

[Voor mijn boek heb ik 26 lotgenoten geïnterviewd en een drietal artsen. Ik wilde per se niet alleen mijn eigen ervaringen opschrijven. Ook wilde ik professionals – medisch specialisten – aan het woord laten. Zij vertellen over hun medische oplossingen.]

Tip 3 - Kies je opzet, structuur én schrijf!

Als je boekconcept er is, ga je het uitwerken. Je gaat de opzet en structuur van je manuscript in kaart brengen, de hoofdstukindeling. Kortom de grove indeling wordt steeds fijnmaziger. Vandaar uit bepaal je je schrijfschema dat is gebaseerd op de door jou vastgestelde einddatum. Wanneer moet het boek klaar zijn? Wat is de beste verschijningsdatum? Het is van belang dat je je houdt aan dit schema: zoveel woorden of pagina’s per week (ook als je denkt dat je geen inspiratie hebt). Gewoon doen!

[Deze fase is een groeifase. Echte problemen ben ik zelf niet tegengekomen in deze fase. Het is inderdaad ‘gewoon doen’. Doorzettingsvermogen en discipline zijn belangrijk!]

Tip 4 – Ga niet met ‘de eerste de beste’ uitgever in zee

Een boek kun je op verschillende manieren uitgeven, via een uitgever (reguliere- of POD-uitgever) of in eigen beheer. Je kunt kiezen voor een papieren boek, een e-book of voor een combinatie. Afhankelijk van het doel van je boek, bepaal je de beste optie. Realiseer je dat bekende, reguliere uitgevers slechts 1% van alle manuscripten die binnenkomen aannemen. Bekijk goed de voor- en nadelen van de verschillende uitgevers en neem de tijd.

[Ik heb diverse uitgevers mijn manuscript toegezonden. Maar liefst 5 uitgevers wilden mijn boek uitgeven (ook reguliere!). Reacties van reguliere uitgevers laten echter iets langer op zich wachten. Ik koos al snel voor ‘de eerste de beste uitgever’ omdat ik de grote belangstelling van uitgevers niet had verwacht. Bovendien had ik haast met het uitgeven van het boek. Dat is niet erg. Maar omdat ik te snel had gekozen voor een POD-uitgever ontbeerde ik een redacteur en moest ik ook de eindredactie en promotie in eigen hand nemen. Dat betekent kosten. Wees je daarvan bewust.]

Tip 5 -  Zorg voor een goede redacteur én corrector

Realiseer je dat een goede redacteur en corrector van essentieel belang zijn. Als (ervaren) schrijver kun je dit echt niet zelf! Het begint al met de belangrijke vraag of je schrijfstijl wel de juiste is voor het lezerspubliek dat je wilt bereiken. Verder is een goede opzet van belang, een structuur die helder is en consequent. Een redacteur let verder bijvoorbeeld op de duidelijkheid van de theorie, de samenhang, de toon, en elimineert storende herhaling. Pas als de redactiefase voorbij is en het manuscript echt af is, dan komt de corrector in beeld voor de grammaticaregels en taalfouten.

[Omdat ik te snel had gekozen voor een POD-uitgever, moest ik zelf een corrector inhuren. Ik ontbeerde een redacteur!]

Tip 6 – Investeer in promotie

Een promotieplan is natuurlijk een must! Houd er rekening mee dat als je je boek uitgeeft bij een POD-uitgever of in eigen beheer, je de promotie zelf (en tijdig!) moet regelen (of uitbesteden maar daar zijn kosten aan verbonden). Denk bijvoorbeeld aan persbenadering, campagnes/acties, ook via social media, boekevenementen (lezingen, workshops, presentaties), eventueel betaalde publiciteit, enzovoorts.

[Ook de boekpromotie moest ik in eigen hand nemen. Gelukkig had ik de ondersteuning van de betrokken artsen en ziekenhuizen. En dat is natuurlijk super! Wanneer de afzender van een persbericht een ziekenhuis is, komt dat betrouwbaar en sterk over. De (landelijke) media-aandacht voor mijn boek was enorm!]

Tip 7 – Incalculeer kosten en reken je vooral niet rijk

Uitgeven bij een POD-uitgever of in eigen beheer betekent kosten (bijvoorbeeld redactie, eindredactie en promotie). Veel Nederlanders willen een boek uitgeven. Maar realiseer je dat auteurs die kunnen leven van het schrijven zeer schaars zijn. Per jaar worden er in Nederland tussen de 15.000 en 25.000 boeken uitgegeven. Door self publishing worden dit er zelfs meer. De gemiddelde oplage van slechts 3000 exemplaren is voor de meeste schrijvers al niet haalbaar, laat staan een bestseller!

Heb jij desondanks zin, tijd én lef om eindelijk dat boek te schrijven? Gewoon doen. Ik wens je veel succes!

 

ROTTERRRRRRRRDAM!!

Nu

Het is lente! Nog niet officieel, maar toch! Op deze prachtige dag loop ik via de Oude Binnenweg naar de Nieuwe Binnenweg. Ik zie mensen genieten op de terrassen (!). Iedereen is blij! Ik loop langs het trendy en drukke Schorem (even ‘knippen en scheren’) en ik stop bij het vermaarde Vermeyden voor een ‘bakkie pleur’ en een broodje. Via dé winkelstraat van 2012 (Nieuwe Binnenweg) loop ik tot aan de Rochussenstraat. Ik keer om en loop via de groene Heemraadssingel tussen stralende moeders met kinderen richting de Vierambachtsstraat. Onderweg maak ik een praatje met een ouder echtpaar. En bij één van de vele stoplichten raak ik in gesprek met een leuke Marokkaanse man, ‘wil je écht niet even ergens wat gaan drinken?’. Lachend schud ik mijn hoofd. En ik loop langs de Volmarijnstraat ‘terug naar mijn verleden’.

Toen

De Volmarijnstraat. De straat waar m’n oma en opa vroeger woonden (‘oma, waarom staat er een emmer water in de huískamer?’). Nieuwsgierig loop ik verder, naar de zonnige Nozemanstraat. Waar in deze straat woonde m’n lieve, nooit klagende (andere) oma nu precies? “Oma, zit u goed en heeft u geen last van uw been?” En oma: “Lieverd, niet zo zeuren hoor!” Mijmerend mis ik ‘live’ een stukje 2e Middellandstraat. Want ik zie ze nog helder voor me: m’n ouders, broer en de rest van m’n familie. Ik hoor hun gelach. Conflicten ben ik vergeten. Ik zie vooral een fijne jeugd met vakanties, verjaardagsfeestjes, alcohol (!) en volle kamers met rook. De 1e Middellandstraat. Ik hoor mijn overgrootmoeder, ofwel ‘oma van de vissies’ nog roepen: ‘trek maar aan het touwtje, dan gaat de deur vanzelf open!’. Op de kleurrijke West-Kruiskade beland ik weer in het heden.

Nu

Ik stap stevig door en koop in een lege Donner (zó jammer; ik hoop op een doorstart!) een dvd over Rotterdam. Een al wat oudere klant zegt tegen mij: “Maar iedereen koopt tegenwoordig toch online?” Ik knik, maar ik hoop óók offline. Later vraagt een verkoopster in de Bijenkorf wat ik vind van de nieuwe schoenencollectie. Hm, niet te luxe en te duur? Ze verzekert mij dat ze voldoende kopers heeft. Nu, laat de luxe visie van die Italiaanse topman a.u.b. de juiste zijn!?! Want de Bijenkorf 010 moet blijven! Maar ach, wie loopt (en koopt) er nu ook in een warenhuis met dit mooie weer. En ik stap naar buiten en voel de zon op mijn huid. M’n verleden is mij dierbaar. Maar ik leef wél in het hier en nu. Wat een topdag, éch wel!

 

PR en communicatie? Vind ik leuk!

En ik ben niet de enige… (hoor ik tenminste al járen op feestjes en bijeenkomsten). Een baan in de PR en Communicatie is leuk én simpel, want íedereen doet immers aan communicatie: offline én online. We bloggen, twitteren en facebooken wat af! Onlangs praatte ik tijdens een reünie onder het genot van een glas wijn ‘gezellig’ even bij met oud-klasgenoot Jeroen (consultant). Een fragment.

J: “Goh, wat léuk dat je uiteindelijk de PR en Communicatie bent ingerold, maar je bent van huis uit toch neerlandicus, of moet ik zeggen neerlandica?”

M: “Dat klopt ja, maar…”

J: “Dan weet jij dus alles van een goed gebruik van d’s en t’s, da’s natuurlijk altijd handig in de communicatie hè? Neem nou de jeugd van tegenwoordig, die weet toch niks meer van foutloos schrijven, vind je niet?”

M: “Nou eh, ik…”

J: “Als ik kijk naar m’n zoon op Facebook enzo… die schrijft n8 en w8 in plaats van nacht en wacht, haha. Ja, dan valt er met jouw studie nog een wereld te winnen. Waarom ben je eigenlijk geen lerares geworden, dat word je toch áltijd met een studie Nederlands?”

M: “Om eerlijk te zeggen heb ik ook colleges Communicatie…”

J: “Nee, wacht. Zeg maar niks. Ik weet het al! Ik herinner me dat je vroeger opstellen schrijven al leuk vond en dan kom je in de PR en Communicatie natuurlijk behoorlijk aan je trekken hè?”

M: “Dat wel, maar…”

J: “Nou in mijn vak is schrijven ook belangrijk hoor. Ik schríjf wat rapporten, memo’s en voorstellen. Tja, schrijven doet eigenlijk iedereen, hè? Weet je trouwens dat mijn zoon laatst een eigen website heeft gemaakt. Dat doen jullie geloof ik ook hè in de communicatie?”

M: “Niet alleen, we doen natuurlijk veel meer…”

J: “Hou maar op! Ik weet wat je wilt zeggen, dat gedoe met die social media. Nou da’s niks voor mij hoor. Maar daar is mijn dochter weer altijd mee bezig hè. Twitteren en altijd maar weer dat facebooken, gek word je ervan. Maar ja, ze zijn jong en ze willen wat, hahaha. En ze weten er ook alles van hè? Kun jij die nieuwe ontwikkelingen trouwens wel allemaal bijbenen op jouw leeftijd?”

M: “Tja, in elk beroep moet je je blijven ontwikkelen en…”

J: “Ja, da’s waar. Zeg eens, hoe spel je nu ook alweer het woord reünie, haha? Met een trema op de u of juist niet? Oh nee, sorry, je had het over het blijven ontwikkelen in je vak hè? Daar ben ik het mee eens hoor. Maar zeg over ontwikkeling gesproken, communicatie is toch nog een betrekkelijk jong vak?”

M: “Vanaf 2000 is een belangrijke ontwikkeling in de communicatie die van zendergerichte naar ontvangergerichte communicatie, ofwel tweerichtingscommunicatie. Zegt dat je iets?”

J: “Huh? Nuhh. Maar gezellig dat we weer eens hebben bijgepraat. Proost!”

 

10 tips voor ‘media-powerPR’ van de AD-journalist!

“Het is echt dodelijk als een PR-adviseur niet op dezelfde dag terugbelt, of laat terugbellen”, vertelt de ervaren AD-journalist Charlotte van Genderen mij onlangs tijdens een interview. Een goed PR-adviseur wéét dat natuurlijk. Sowieso weet ie goed om te gaan met de media. Maar wat is nou een goede PR-adviseur door de ogen van de journalist? En hoe kun je een goede zakelijke relatie met hem/haar opbouwen? Ik ‘ontfutsel’ Charlotte 10 handige tips.

Tip 1 – Bel direct terug
“Ik verwacht van een PR-adviseur dat hij/zij op dezelfde dag dat ik bel nog nadere informatie geeft, óf mij zo snel mogelijk doorverbindt en in contact brengt met diegene binnen het bedrijf die meer over het onderwerp kan vertellen. Dat is ook prima. In de praktijk gebeurt het maar al te vaak dat ik te horen krijg ‘ik bel je morgen/maandag of zelfs volgende maand (!) terug, is dat goed?’ Nee, dus. Soms bellen mensen zelfs nooit meer terug. Kortom, een echte no-go!”

Tip 2 – Geef snel antwoord
“Een PR-adviseur vind ik écht deskundig zodra ie direct antwoord geeft op mijn vragen. Maar als hij/zij toegeeft iets ook niét te weten, maar wél direct iemand aan de lijn weet te krijgen die de kennis wél in huis heeft – zie de vorige tip – dan is dat oké.”

Tip 3 – Weet van ‘de hoed en de rand’
“Ik vind het zeer prettig als je merkt dat de PR-adviseur ‘boven de stof staat’, dus daadwerkelijk weet waar hij/zij het over heeft.”

Tip 4 – Praat eens off the record
“Wees niet bang en vertel ook eens iets off the record aan een journalist. Als een PR-adviseur dit af en toe eens doet, vind ik dit een echte pré. En dat versterkt de vertrouwensband.”

Tip 5 – Bel met een goed voorstel
“Een goede PR-adviseur belt eens in de zoveel tijd met een journalist als hij/zij denkt een goed idee te hebben voor het betreffende medium. Eens in de maand, bijvoorbeeld. Een persoonlijke afspraak maken onder het genot van een kop koffie kan natuurlijk ook.”

Tip 6 – Vermijd spammen
“Een idee of voorstel mailen aan de journalist? Prima. Maar niet te vaak, dan gaat het te veel op spammen lijken. Bellen is dan beter.”

Tip 7 – Plaats online een artikel
“Wees slim en plaats de stukken die de journalist heeft geschreven op de website van het bedrijf of de organisatie, onder het kopje ‘pers’.”

Tip 8 – Vermeld een pakkende quote
“Ik ga ervan uit dat een PR-adviseur een goed persbericht zo uit de mouw schudt. In aanvulling hierop: begin zoals een krant nieuwsberichten begint. Kijk goed naar hoe deze berichten zijn opgebouwd. Quotes zijn niet per se een pré, maar kunnen wel bruikbaar zijn. Vermeld er nooit te veel, één pakkende quote die goed bij het bericht aansluit, is voldoende.
Zet onderaan het persbericht altijd zoveel mogelijk nummers waarop de woordvoerder of PR-adviseur te bereiken is, áltijd 06-nummers. Goede journalisten zullen namelijk altijd terugbellen omdat het bericht nooit alle vragen beantwoordt.”

Tip 9 – Verbeter geen artikel
“Ook kan een PR-adviseur beter geen artikelen terugmailen met veel ‘rood gemarkeerde tekst’ als zijnde ‘aanvullingen en verbeteringen’. Niet doen.”

Tip 10 – Verplaats je in het medium
“Last but not least, echte nieuwswaarde? Dat is alles wat lezers zullen merken en waar ze iets aan hebben. Dat kan heel breed zijn. Maar bedenk gewoon: wat zullen de lezers van deze krant/medium merken van wat wij hebben te bieden? Heeft het invloed op hun leven, leefwereld, woonomgeving? Wat hébben de lezers eraan? Hebben ze er voordeel bij? Of juist nadeel? Denk dus altijd vanuit de gebruiker van het medium.”

Graag wil ik via deze weg nogmaals AD-journalist Charlotte van Genderen bedanken voor haar tijd en openhartige antwoorden tijdens het interview.

 

Marja Boedart
Woonvizier woonvisie
KPN BRS in focus
Mebest 75
Wonen in Rhoon
AD Wonen
Careyn Collega
Woonmagazine WBV Poortugaal
Hyperhidrosis